Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 juli 2013
Onder 4.5. Gerechtshof Amsterdam 11 juli 2013
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 juli 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1949.
De rechtbank verwerpt het standpunt van eiseres dat verweerder, met het opleggen van een utb aan [X], de mogelijkheid zou hebben verspeeld om eiseres als schuldenaar aan te spreken. Het is weliswaar niet mogelijk om twee personen tegelijkertijd als aangever aan te merken, maar uit artikel 201, derde lid, van het CDW volgt dat in geval van indirecte vertegenwoordiging de persoon voor wiens rekening de aangifte wordt gedaan, eveneens schuldenaar is. Dit betekent dat verweerder [X] uit hoofde van voornoemde bepaling als schuldenaar kon aanspreken, los van de mogelijkheid om eiseres als aangever aan te spreken. Aan het gegeven dat verweerder aan [X] een utb heeft opgelegd, kan dus niet automatisch de conclusie worden verbonden dat hij [X] heeft geaccepteerd als aangever in de plaats van eiseres. De rechtbank voegt ten overvloede toe dat zij geen reden heeft om te twijfelen aan de verklaring van verweerder ter zitting dat de aan [X] opgelegde utb is vernietigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dd99e4a97c70f83d5a0b7860b6bc27c24a3c24a4656f02f28b25aa3255f606e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dd99e4a97c70f83d5a0b7860b6bc27c24a3c24a4656f02f28b25aa3255f606e, en de alinea staat in dat document op bytes 22991 tot 23975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dd99e4a97c70f83d5a0b7860b6bc27c24a3c24a4656f02f28b25aa3255f606e | shasum -a 256