Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 juli 2013

Alinea 45 Gerechtshof Amsterdam 30 juli 2013

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 juli 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2339.

Gelet daarop mocht van de verdachte verlangd worden dat hij een aannemelijke verklaring gaf voor de herkomst van het geld. Weliswaar kan de verdachte niet worden aangerekend dat hij een dergelijke verklaring niet op het politiebureau heeft afgelegd, omdat hij daar geen adequate bijstand van een advocaat heeft gekregen, maar de verdachte was daartoe wel in de gelegenheid tijdens de behandeling in eerste aanleg én in hoger beroep. Ook daar is echter door of namens de verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van het geld gegeven. Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat het geld afkomstig zou kunnen zijn van zaken en in het bijzonder van de verkoop van kleding, ontbreekt het begin van onderbouwing daarvan. Weliswaar is door de verdediging een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd, waaruit is gebleken dat de verdachte sinds[datum]bedrijfsactiviteiten heeft in Nederland, maar dat de daarin vermelde datum van eerste inschrijving van de éénmanszaak van de verdachte dateert van ná de ten laste gelegde datum.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13f4cabcd954ba4eed1af45be4c2c80c87a1ec7ecde723be7dd18e98f7b5804d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13f4cabcd954ba4eed1af45be4c2c80c87a1ec7ecde723be7dd18e98f7b5804d, en de alinea staat in dat document op bytes 16720 tot 17880.