Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2013
Onder 4.1. Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2013
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2432.
Indien de rechter bij de behandeling van het belastinggeschil - waaronder hier begrepen geschillen inzake in rekening gebrachte kosten van vervolging welke niet voortspruiten uit de gerechtelijke tenuitvoerlegging van het dwangbevel (artikel 7, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen) - tot het oordeel komt dat niet uitgesloten moet worden geacht dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn door de rechter, dient de Staat (de Minister) met toepassing van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de gelegenheid te worden gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Indien sprake is van een dergelijke overschrijding kan de Staat immers met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb worden aangewezen als rechtspersoon die de hieruit voortvloeiende schade dient te vergoeden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf9859ea68db6cf807f6f1e5730c32eced8d53ebdfd77d62e4a010e88f458d1c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf9859ea68db6cf807f6f1e5730c32eced8d53ebdfd77d62e4a010e88f458d1c, en de alinea staat in dat document op bytes 12152 tot 13030.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf9859ea68db6cf807f6f1e5730c32eced8d53ebdfd77d62e4a010e88f458d1c | shasum -a 256