Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 augustus 2013
Onder 3.11. Gerechtshof Amsterdam 13 augustus 2013
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 augustus 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2513.
De overeenkomst die volgens de gepensioneerden tot stand is gekomen houdt in, zo leidt het hof uit hun stellingen en uit de formulering van hun vorderingen af, dat zij een levenslang en onvoorwaardelijk recht hebben op een maandelijkse bijdrage van de bank in de kosten van hun ziekteverzekering, ter hoogte van de door hen gevorderde bedragen. Het hof is van oordeel dat het te ver voert om uit de enkele maandelijkse betaling tot 2006 van de werkgeversbijdrage, ook al is deze bestendig en aan alle gepensioneerden gedaan, de conclusie te trekken dat de bank heeft aangeboden die vergoeding onvoorwaardelijk (kennelijk bedoelen de gepensioneerden: ook bij gewijzigde omstandigheden) en levenslang voort te zetten. Uit die betalingen kan niet worden afgeleid dat de bank beoogde een zo verstrekkende overeenkomst aan te gaan. De gepensioneerden hebben voorts aan de enkele omstandigheid dat de bank de werkgeversbijdrage betaalde niet het gerechtvaardigde vertrouwen kunnen ontlenen dat de bank die bijdrage ook bij gewijzigde omstandigheden en levenslang aan hen zou betalen. Voor het aannemen van een gerechtvaardigd vertrouwen op een levenslange bijdrage zijn evenmin voldoende bijkomende omstandigheden aangevoerd. Daartoe zijn in elk geval onvoldoende de omstandigheden die de gepensioneerden in hun inleidende dagvaardingen (onder 3.4) hebben genoemd. Deze omstandigheden komen er in essentie op neer dat de bank tot 2006 jarenlang en zonder daaraan nadere voorwaarden te stellen aan alle post-actieven de bijdrage heeft betaald en dat de gepensioneerden daarmee bekend waren. Dat voegt onvoldoende toe aan het enkel betalen van de bijdrage door de bank aan de gepensioneerden. Voor zover de gepensioneerden erop wijzen dat soortgelijke regelingen in de gehele bedrijfstak en bij vele andere werkgevers bestonden (volgens de noot bij deze stelling betrof het vóór 2006 45% van de particulier verzekerde werknemers) gaat het hof daaraan voorbij. De gepensioneerden wijzen in dit verband alleen op de situatie zoals deze was vóór 2006 en lichten niet toe hoe dit zich heeft ontwikkeld na de invoering van de Zorgverzekeringswet. Van onvoldoende betekenis is voorts dat andere secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals kortingen op bancaire diensten, hypotheekrente en verzekeringen, na pensionering eveneens werden en kennelijk nog steeds worden gecontinueerd. De stelling dat een werkgever zijn voormalige werknemer dient te voorzien van een goede oude dagvoorziening, volgens de gepensioneerden nagenoeg gelijk aan het arbeidsvoorwaardenpakket gedurende het actieve dienstverband, is van te algemene strekking om van betekenis te kunnen zijn. Waar het om gaat is dat het zorgstelsel in 2006 ingrijpend is gewijzigd en de vraag is of die wijziging het stopzetten van de onderhavige bijdrage rechtvaardigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df8bb5bd17185ac30a0e100ebb92ff773716a62311c1f9608046e7ebdd13f61a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df8bb5bd17185ac30a0e100ebb92ff773716a62311c1f9608046e7ebdd13f61a, en de alinea staat in dat document op bytes 28663 tot 31486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df8bb5bd17185ac30a0e100ebb92ff773716a62311c1f9608046e7ebdd13f61a | shasum -a 256