Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 september 2013

Onder 3.19. Gerechtshof Amsterdam 24 september 2013

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 september 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3013.

Artikel 28 van de Brussel I Verordening heeft de strekking te voorkomen dat ten aanzien van samenhangende vorderingen in verschillende lidstaten tegenstrijdige uitspraken worden gedaan. Samenhangend in de zin van dit artikel zijn vorderingen waartussen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven. Indien sprake is van samenhangende vorderingen kan de rechter bij wie de zaak het laatst is aangebracht, de uitspraak aanhouden. Naar het oordeel van het hof is er onvoldoende reden om aan te nemen dat de onderhavige zaak zodanig samenhangt met de procedure in Groot-Brittannië dat aanhouding gerechtvaardigd is. Ten aanzien van de geldigheid van het besluit van de Commissie geldt dat beide nationale rechters zich hebben te voegen naar het oordeel van de Unierechter. Ten aanzien van andere rechtsvragen valt niet in te zien dat er een relevant risico is op onverenigbare beslissingen, reeds omdat op de zaken niet hetzelfde nationale recht van toepassing zal zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98bec4e5e74915d53fc4e2fa55ec368bf92e73e62aee45594beeed97f1390d3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98bec4e5e74915d53fc4e2fa55ec368bf92e73e62aee45594beeed97f1390d3f, en de alinea staat in dat document op bytes 34172 tot 35328.