Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 september 2013

Onder 4.8.14. Gerechtshof Amsterdam 26 september 2013

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 september 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4738.

4. Vaststaat dat [A] in privé een min of meer intensieve betrokkenheid bij[C BV] had, zoals blijkt uit de persoonlijke agenda’s van [A] over de periode 2004 – 2005, een eerdere geldverstrekking aan [C BV] (in privé) – waarbij het Hof, mede op grond van de onder 2.3.3 vermelde offerte van [bank], aannemelijk acht dat [A] € 67.500 aan [C BV] heeft geleend dan wel een voornemen daartoe had –, de omstandigheid dat [A] zich in 2006 regelmatig door een vaste fysiotherapeut op de[C BV] liet behandelen, alsmede – naar het Hof aannemelijk acht – uit hoofde van de relatie van [A] met andere personen die eveneens bij de financiering van [C BV] betrokken waren, zoals [B BV] en [G BV], welke laatste vennootschap naar het Hof begrijpt een persoonlijke houdstervennootschap is van de heer [J].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b417b60cfe4bd8fe5e289aab2626de5720963149a0e8dbb82195de850b8de358. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b417b60cfe4bd8fe5e289aab2626de5720963149a0e8dbb82195de850b8de358, en de alinea staat in dat document op bytes 115168 tot 115999.