Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 december 2013
Alinea 331 Gerechtshof Amsterdam 9 december 2013
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 december 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4851.
Met betrekking tot het door de officier van justitie bij de rechter-commissaris ondervragen van de verdachte F is het hof van oordeel dat - nog daargelaten of de officier van justitie de verdachte F inderdaad misleidend heeft ondervraagd - zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien waarom dit in de strafzaak tegen de verdachte(n) E en/of A tot de door de verdediging bepleite niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zou dienen te leiden; gesteld noch gebleken is immers dat de verdachte(n) E en/of A daardoor in zijn/hun belangen zou(den) zijn geschaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eced8db1edf568cbd51b2e60c56d5d02481ff34cd65f9a373a81b1fc7f350f47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eced8db1edf568cbd51b2e60c56d5d02481ff34cd65f9a373a81b1fc7f350f47, en de alinea staat in dat document op bytes 120211 tot 120810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eced8db1edf568cbd51b2e60c56d5d02481ff34cd65f9a373a81b1fc7f350f47 | shasum -a 256