Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 april 2013
Alinea 104 Gerechtshof Amsterdam 25 april 2013
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9545.
4.6. Met betrekking tot de eerste voorwaarde, overweegt de rechtbank als volgt. In de aanvankelijke opzet zou eiseres de Brede scholen (vrijgesteld van omzetbelasting) verhuren althans ter beschikking stellen aan [Z]. Voorbelasting met betrekking tot als vrijgesteld ondernemershandelen te kwalificeren activiteiten komt, overeenkomstig doel en strekking van de communautaire en nationale bepalingen op dit terrein, niet voor aftrek in aanmerking. De in rekening gebrachte omzetbelasting dient derhalve op die activiteiten te drukken. Nu eiseres via een conglomeraat van speciaal daartoe in het leven geroepen (rechts)handelingen bereikt dat in strijd met doel en strekking een substantieel bedrag, dat kan worden becijferd op € 568.000, aan voorbelasting niet blijft drukken, is aan de eerste voorwaarde voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebd1ff0650ac53f5e49b88ffc87d16d7614cb7bf5add2b2c657cd69a7545e58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebd1ff0650ac53f5e49b88ffc87d16d7614cb7bf5add2b2c657cd69a7545e58, en de alinea staat in dat document op bytes 31494 tot 32323.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ebd1ff0650ac53f5e49b88ffc87d16d7614cb7bf5add2b2c657cd69a7545e58 | shasum -a 256