Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 april 2013

Alinea 125 Gerechtshof Amsterdam 25 april 2013

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9545.

5.8. Belanghebbende heeft gesteld dat de door belanghebbende voor de overdracht van de gebouwen ontvangen vergoeding de maximaal haalbare is, gegeven het feit het hier incourante objecten betreft en belanghebbende op grond van de onderwijswetgeving de kosten van huisvesting van scholen niet behoeft door te berekenen, de gebouwen geen commerciële bestemming hebben en er voor die gebouwen ook geen commerciële huurders te vinden zijn. In dit verband heeft de gemachtigde ter zitting van 11 december 2012 verondersteld dat de koopprijzen mede gebaseerd zijn op de te verwachten huuropbrengsten en de door de Stichting te dragen exploitatielasten. Voorts blijkt uit de gedingstukken dat belanghebbende zich op het standpunt heeft gesteld dat de kosten van de gebouwen voor 10 procent zijn toe te rekenen aan ruimten die door de Stichting belast worden verhuurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebd1ff0650ac53f5e49b88ffc87d16d7614cb7bf5add2b2c657cd69a7545e58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebd1ff0650ac53f5e49b88ffc87d16d7614cb7bf5add2b2c657cd69a7545e58, en de alinea staat in dat document op bytes 40335 tot 41210.