Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 mei 2013
Alinea 52 Gerechtshof Amsterdam 7 mei 2013
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 mei 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9564.
3.19 Daarnaast zijn er afnemers die te maken hebben gekregen met een dusdanig lage verkoopopbrengst van hun deelnemingsrechten dat een door hen aan te vullen tekort resteerde (een “restschuld”). Dit laatste heeft zich voorgedaan in gevallen waarin een Sprintplanovereenkomst tussentijds, dus vóór de overeengekomen einddatum, is beëindigd als gevolg van opzegging door de afnemer en in de gevallen waarin een afnemer het geleende bedrag tijdens de looptijd van de overeenkomst heeft verlaagd, waartoe de deelnemingsrechten (deels) werden verkocht. Uit hetgeen hierna nog uitvoeriger aan de orde zal komen, volgt dat bij een tussentijdse beëindiging of aanpassing van een Sprintplanovereenkomst werd afgerekend op basis van de dagwaarde van de beleggingen in het Garantiefonds, omdat de garantiewaarde in die gevallen niet van toepassing was. Onder andere als gevolg van de wijze van beleggen door het Garantiefonds kon de waarde van de deelnemingsrechten van een afnemer vóór de overeengekomen einddatum lager zijn dan het bedrag dat de afnemer van Aegon had geleend. Als hoofdregel diende bij een tussentijdse beëindiging van de Sprintplanovereenkomst bovendien een boeterente te worden betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33115b67c48adbbfb7dac5178b1e97d6e3d208da33c7badc16eb987e5fba4a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33115b67c48adbbfb7dac5178b1e97d6e3d208da33c7badc16eb987e5fba4a60, en de alinea staat in dat document op bytes 20851 tot 22071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33115b67c48adbbfb7dac5178b1e97d6e3d208da33c7badc16eb987e5fba4a60 | shasum -a 256