Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2014
Onder 3.1.5 Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:103.
De kantonrechter heeft de verjaringskwestie onderzocht. Hij heeft tot op tegenbewijs aanvaard dat [appellante sub 2] al vóór 20 mei 2002 bekend moet zijn geweest met de effectenleaseovereenkomsten, omdat betalingen in verband met deze overeenkomsten werden gedaan met behulp van een bankrekening die zowel op naam van [appellant sub 1] als op naam van [appellante sub 2] stond. [appellanten] kregen de gelegenheid om tegenbewijs te leveren. In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat [appellanten] er niet in zijn geslaagd om het bewijsvermoeden te ontzenuwen. De kantonrechter heeft in dat oordeel betrokken dat [appellant sub 1] en [appellante sub 2] op 10 augustus 2004 een formulier hebben ondertekend teneinde in aanmerking te komen voor toepassing van de hardheidsclausule die verband houdt met het Dexia Aanbod. Hun vordering is dan ook afgewezen, die van Dexia is toegewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b8a4ce1212b6c2871856e80ac7b8c153119da6eeb1006e29298579b2f6c5faa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b8a4ce1212b6c2871856e80ac7b8c153119da6eeb1006e29298579b2f6c5faa, en de alinea staat in dat document op bytes 9592 tot 10533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9b8a4ce1212b6c2871856e80ac7b8c153119da6eeb1006e29298579b2f6c5faa | shasum -a 256