Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 april 2014
Onder 5.23. Gerechtshof Amsterdam 17 april 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1393.
Zoals hiervoor overwogen is het Hof van oordeel dat onjuiste aangiften zijn gedaan, hetgeen ten tijde van de invoer strafbaar was op grond van artikel 48 van de Douanewet (destijds geldende tekst). Eveneens staat vast dat de inspecteur als gevolg van de onjuistheden in de aangiften niet in staat was het juiste bedrag van de wettelijk verschuldigde rechten vast te stellen. De inspecteur heeft daarom op goede gronden geoordeeld dat de douaneschulden zijn ontstaan ingevolge handelingen die op het tijdstip dat zij werden verricht strafrechtelijk vervolgbaar waren. De omstandigheid dat belanghebbende de onjuiste aangiften niet zelf heeft ingediend staat niet aan toepassing van de verlengde navorderingstermijn in de weg (vgl. HvJ 16 juli 2009, C-124/08 en C-125/08, Snauwaert e.a., punt 30).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b78ee68865a255aaf05d6bb7158ee5dae2e8676c4358c975050a5ccaf5d3dfef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b78ee68865a255aaf05d6bb7158ee5dae2e8676c4358c975050a5ccaf5d3dfef, en de alinea staat in dat document op bytes 86084 tot 86893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b78ee68865a255aaf05d6bb7158ee5dae2e8676c4358c975050a5ccaf5d3dfef | shasum -a 256