Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2014
Onder 4.4.1. Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:147.
Bij zijn beoordeling neemt het Hof tot uitgangspunt (partijen verschillen hierover ook niet van mening) dat [de bv] in september/oktober 2009 de maandaangiften loonheffing over eerdere tijdvakken in één keer (alsnog) heeft ingediend en dat de naheffingsaanslagen waarvoor belanghebbende thans aansprakelijk is gesteld conform de ingediende aangiften zijn opgelegd. In casu is derhalve, in beginsel, geen sprake van een situatie waarin de nageheven belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is dan wel had moeten worden afgedragen, in welk geval bij uitsluiting de meldingsregeling van artikel 7, tweede lid, UB van toepassing zou zijn (vgl. HR 23 december 2011, nr. 10/01211, BNB 2012/50). Mitsdien is in het geval van belanghebbende de regeling van artikel 7, eerste lid, UB van toepassing en kon melding van betalingsonmacht niet meer rechtsgeldig plaats-vinden in de naheffingsfase, nadat de naheffingsaanslagen waren opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e4a24042b875ddd77e0a0b8d95013366e133d8612019f66149717ceddbd17e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e4a24042b875ddd77e0a0b8d95013366e133d8612019f66149717ceddbd17e, en de alinea staat in dat document op bytes 64094 tot 65065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33e4a24042b875ddd77e0a0b8d95013366e133d8612019f66149717ceddbd17e | shasum -a 256