Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 april 2014

Onder 3.8 Gerechtshof Amsterdam 29 april 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1561.

[geïntimeerde] heeft in haar memorie van antwoord onder het kopje ‘toepasselijke wet- en regelgeving’ betoogd dat artikel 49 lid 7 van de cao zo dient te worden uitgelegd dat slechts sprake is van een verplichting tot aanvulling van het loon tot 90% en dat de periode gedurende welke de werkgever die verplichting heeft is beperkt tot drie, althans vier jaar na einde wachttijd. Het hof volgt [geïntimeerde] niet in dit betoog. De tekst van bedoeld artikellid geeft geen aanleiding te veronderstellen dat is bedoeld om daarin slechts vast te leggen een verplichting van de werkgever tot het aanvullen van een door de werknemer te ontvangen uitkering. Het artikel beoogt immers gelet op de aanhef daarvan het vastleggen van de betalingsverplichtingen van de werkgever, stelt deze verplichting in de desbetreffende periode vast op 90% van het loon terwijl deze verplichting ook nog eens is beperkt voor zolang het dienstverband voortduurt. Er is evenmin aanleiding te veronderstellen dat is bedoeld de verplichting te beperken tot een periode korter dan de in het artikellid expliciet vermelde vijf jaar na ommekomst van het tweede jaar van arbeidsongeschiktheid (en voor zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc896a1269914e8dce7c1cefcb892f4b4695e9c0733bc2bc97b230049f46081a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc896a1269914e8dce7c1cefcb892f4b4695e9c0733bc2bc97b230049f46081a, en de alinea staat in dat document op bytes 19488 tot 20730.