Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2014
Alinea 35 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1602.
Het hof overweegt dat de overschrijding van de redelijke termijn, ook wanneer deze zeer aanzienlijk is, volgens vaste rechtspraak in de regel niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging leidt (HR 17 juni 2008, LJN BD2578). De hiervoor bedoelde 16-maandennorm houdt een strengere maatstaf in voor de beoordeling van de met een jeugdzaak gemoeide behandelperiode, maar aan overschrijding dienen blijkens de rechtspraak van de Hoge Raad geen andere consequenties te worden verbonden dan in zaken betreffende meerderjarige verdachten (HR 30 maart 2010, LJN BL3228). Vermindering van de op te leggen straf is telkens de aangewezen sanctie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e73509bf3e71c6b724955bc27033941764b30e7ca638aff7215f0056580b5af7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e73509bf3e71c6b724955bc27033941764b30e7ca638aff7215f0056580b5af7, en de alinea staat in dat document op bytes 12182 tot 12904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e73509bf3e71c6b724955bc27033941764b30e7ca638aff7215f0056580b5af7 | shasum -a 256