Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 mei 2014
Onder 3.16. Gerechtshof Amsterdam 27 mei 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 mei 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2001.
De genoemde strekking van de leden 7 en 8, hun plaatsing onder een afzonderlijk kopje “Informatieverplichtingen” en niet onder het kopje “Voorwaarden aanbieding” dat boven het tweede lid staat, en het feit dat de leden 7 en 8 de werknemers aan wie de nieuwe opdrachtnemer verplicht is een arbeidsovereenkomst aan te bieden niet anders aanduiden of omschrijven dan het tweede lid, wijzen erop dat artikel 38, achtste lid onder b, van de cao niet een verderstrekkende verplichting op de nieuwe opdrachtnemer legt dan het tweede lid van het artikel. Hierop wijst ook het feit dat het achtste lid onder a met zoveel woorden voorziet in een opgave van de in het tweede lid bedoelde werknemers aan de nieuwe opdrachtnemer en dat volgens het bepaalde onder b juist de ontvangst van deze opgave, namelijk “de informatie van de verliezende werkgever”, de termijn doet ingaan waarbinnen de nieuwe opdrachtnemer een arbeidsovereenkomst moet aanbieden. Anders dan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] menen, kan daaruit niet worden begrepen dat het achtste lid onder b uitgaat van een ander ijkpunt dan het tweede lid voor de bepaling of op de nieuwe opdrachtnemer een verplichting rust tot het aanbieden van een arbeidsovereenkomst aan de werknemers van de bestaande opdrachtnemer. Het gaat in lid 8 onder b, gelezen in samenhang met het bepaalde onder a, immers om de in het tweede lid van artikel 38 bedoelde werknemers, dus om de werknemers aan wie de nieuwe opdrachtnemer op grond van het tweede lid een arbeidsovereenkomst moet aanbieden en hiermee om de werknemers die op het moment van de contractswisseling op de betrokken locatie werkzaam zijn, mits zij aan de voorwaarden genoemd in het tweede lid voldoen. Dat de aanbiedingsplicht tot deze werknemers beperkt is, wordt voorts nog bevestigd door de bewoordingen van het derde lid van artikel 38, dat de inhoud van de aanbieding regelt uitsluitend met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde werknemers, en door het elfde lid van artikel 38, dat ingaat op de rechtspositie van werknemers die níet voldoen aan de voorwaarden van het tweede lid en die daarom, volgens het kopje boven het elfde lid, “niet in aanmerking komen voor een aanbieding”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f379415f7b461fc9a007a8d27b064ddeb3e37efa665568288321eb0297b2a198. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f379415f7b461fc9a007a8d27b064ddeb3e37efa665568288321eb0297b2a198, en de alinea staat in dat document op bytes 23334 tot 25571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f379415f7b461fc9a007a8d27b064ddeb3e37efa665568288321eb0297b2a198 | shasum -a 256