Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 juni 2014

Onder 3.9. Gerechtshof Amsterdam 3 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 juni 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2007.

[appellante] betoogt met grief I dat de vordering van [geïntimeerde sub 2] op grond van art. 128 Overgangsrecht Nieuw BW summierlijk ondeugdelijk is, aangezien hij zijn legitieme portie niet vóór 16 november 2006 heeft opgeëist. De grief miskent dat het bepaalde in art. 128 Overgangsrecht Nieuw BW er wel toe kan leiden dat de in het oude recht aan de legitimaris van een vóór 1 januari 2003 opengevallen nalatenschap toegekende bevoegdheden vervallen als deze bevoegdheden niet tijdig worden uitgeoefend, maar niet dat de vordering ter grootte van de legitieme portie op de nalatenschap komt te vervallen. En voor deze vordering heeft [geïntimeerde sub 2] beslag gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ecabaff78df1dc2fbd897e56757fcf3374f70f42e45fe9865449fccf0ebe128. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ecabaff78df1dc2fbd897e56757fcf3374f70f42e45fe9865449fccf0ebe128, en de alinea staat in dat document op bytes 16742 tot 17482.