Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 juli 2014
Onder 3.5. Gerechtshof Amsterdam 1 juli 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2571.
Het hof zal eerst ingaan op grief 5 van [appellant] waarin hij betoogt dat de namens hem en zijn echtgenote geschreven brief van 7 april 2005 als vernietigingsbrief moet worden gezien. Zoals dit hof eerder overwoog mag van een vernietigingsbrief - mede gelet op de vereisten die voortvloeien uit artikel 3:50 lid 1 BW - verwacht worden dat daaruit blijkt om welke rechtshandeling het gaat, dat de echtgenoot gebondenheid aan die rechtshandeling wil doen eindigen en waarom de echtgenoot meent daartoe gerechtigd te zijn. Het hof is van oordeel dat hieraan niet is voldaan, nu uit de brief niet blijkt om welke leaseovereenkomst het gaat en ook niet met zoveel woorden blijkt namens wie de leaseovereenkomst wordt vernietigd. Uit de brief van 18 oktober 2006 daarentegen blijkt dat de echtgenote zelf vernietigt en wordt de leaseovereenkomst gespecificeerd aangegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e646759eaee413a70be11b180a0a0fc554a3416e1ca1de9babce00c531e9f767. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e646759eaee413a70be11b180a0a0fc554a3416e1ca1de9babce00c531e9f767, en de alinea staat in dat document op bytes 10399 tot 11281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e646759eaee413a70be11b180a0a0fc554a3416e1ca1de9babce00c531e9f767 | shasum -a 256