Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014
Onder 3.1. Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2810.
In hoger beroep is, evenals in eerste aanleg, in geschil of terecht LH is ingehouden en afgedragen op aangifte. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat sprake is van dienstbetrekkingen tussen enerzijds belanghebbende (als werkgever) en anderzijds de medewerkers (als werknemers), hetzij in privaatrechtelijke zin dan wel op grond van het bepaalde in artikel 4, aanhef en onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet LB 1964) in samenhang met artikel 2c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (een zogenaamde fictieve dienstbetrekking).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb0e894dfbbcc54b98bc02fd5fff8b6dce4947e4aefc1dbc819fe32e7ab3b2cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb0e894dfbbcc54b98bc02fd5fff8b6dce4947e4aefc1dbc819fe32e7ab3b2cb, en de alinea staat in dat document op bytes 34994 tot 35577.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb0e894dfbbcc54b98bc02fd5fff8b6dce4947e4aefc1dbc819fe32e7ab3b2cb | shasum -a 256