Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 september 2014
Onder 4.7. Gerechtshof Amsterdam 16 september 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 september 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3880.
De curator heeft aangevoerd dat het in deze zaak niet gaat om betalingen ter voldoening van een opeisbare schuld, maar om een verplichting tot betaling van betaalde rendementen van beleggingen in Japanse warrants. Het behalen van rendementen was in zijn visie derhalve een noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan van een schuld. [X] belegde echter niet en daardoor bestond er ook geen schuld van [X] aan [appellant], aldus de curator. Dit wordt, aldus de curator, niet anders door de periodieke door [X] ondertekende brieven waarin [appellant] op de hoogte wordt gesteld van de stand van zaken, nu die geen ander doel dienden dan te strekken tot bewijs van hetgeen in het contract van 21 juli 1999 en de latere contracten tussen partijen was overeengekomen. Naar zijn mening oefent hij een recht uit dat ook [X] zelf had kunnen inroepen en heeft hij daartoe een vordering ingesteld die ook [X] zelf had kunnen instellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d2ad6807bac89e91e489b71ab6049c1e0b39047b688ef8b6ca1ec39a1c33882. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d2ad6807bac89e91e489b71ab6049c1e0b39047b688ef8b6ca1ec39a1c33882, en de alinea staat in dat document op bytes 28899 tot 29835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d2ad6807bac89e91e489b71ab6049c1e0b39047b688ef8b6ca1ec39a1c33882 | shasum -a 256