Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014

Onder 4.2 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4321.

Op basis van feiten en omstandigheden zoals vermeld in hoofdstuk 2.2 en 3 van het rapport is het aannemelijk dat [de partner] zich feitelijk bezighoudt met de bedrijfsvoering van [de coffeeshop]. Tijdens de gesprekken heeft [de partner] letterlijk aangegeven [dat] het geen business is voor vrouwen. [Belanghebbende] is gedurende de wtp’s nooit aangetroffen in de onderneming. [De partner] of de heer [H] namen de taken over. De inkopen worden gedaan door [de partner]. Tijdens de gesprekken is het [de partner] die veelal antwoorden geeft op de vragen die gesteld worden in verband met de bedrijfsvoering van [de coffeeshop].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a5d8ca1a39295eef045b5dce94a366f6a2d5d08074a9f522b218b8f6d79a8fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a5d8ca1a39295eef045b5dce94a366f6a2d5d08074a9f522b218b8f6d79a8fd, en de alinea staat in dat document op bytes 57471 tot 58113.