Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014

Onder 4.2.6. Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4321.

Ter zitting in hoger beroep heeft de inspecteur gesteld dat hij, ook indien hij uitgaat van de in de uitspraak van het Hof van 14 maart 2014 opgenomen oordelen omtrent de onmiddellijke werking van het met ingang van 1 juli 2011 gewijzigde artikel 27e AWR, van mening is dat de daarin opgenomen sanctie in casu van toepassing is. Zoals hij reeds in eerste aanleg (subsidiair) had gesteld, heeft belanghebbende volgens de inspecteur namelijk voor de jaren 2006 tot en met 2009 niet de vereiste aangifte gedaan. De aard en de omvang van de gebreken in de administratie van de coffeeshop, in combinatie met de negatieve bedragen aan besteedbaar netto privé (zoals door hem berekend) wijzen er volgens de inspecteur op dat belanghebbende in alle in geschil zijnde jaren aanzienlijke bedragen aan door haar uit de coffeeshop genoten winsten niet in haar aangiften heeft verantwoord en om die reden niet de vereiste aangifte heeft gedaan als bedoeld in artikel 27e AWR. Dezelfde conclusie heeft te gelden voor de door belanghebbende gedane aangiften OB voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, zo stelt de inspecteur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a5d8ca1a39295eef045b5dce94a366f6a2d5d08074a9f522b218b8f6d79a8fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a5d8ca1a39295eef045b5dce94a366f6a2d5d08074a9f522b218b8f6d79a8fd, en de alinea staat in dat document op bytes 112383 tot 113530.