Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014

Onder 4.2.18. Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4321.

Gelet op het hiervoor overwogene komt het Hof tot hetzelfde oordeel ter zake van de door belanghebbende gedane aangiften omzetbelasting voor de tijdvakken gelegen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009. De met de hiervoor vermelde bedragen aan niet-verantwoorde winst gemoeide bedragen aan verzwegen omzet ‘overige verkopen’ (indien wordt uitgegaan van de in de administratie verantwoorde brutowinstpercentages) zijn - ook indien er rekening mee wordt gehouden dat een deel van de verzwegen omzet zal zijn gerealiseerd met verzwegen verkopen softdrugs ter zake waarvan geen OB is verschuldigd - van een zodanige omvang dat de inspecteur naar ’s Hofs oordeel het bewijs heeft geleverd van zijn stelling dat deze aangiften OB zodanige gebreken bevatten dat de ermee gemoeide bedragen aan OB zowel op zichzelf beschouwd als relatief (vergeleken met de wél aangegeven OB) aanzienlijk zijn. Op dezelfde gronden als hiervoor overwogen ten aanzien van de aangiften IB/PVV en Zvw is het Hof van oordeel dat tevens is voldaan aan het zogenoemde bewustheidsvereiste.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a5d8ca1a39295eef045b5dce94a366f6a2d5d08074a9f522b218b8f6d79a8fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a5d8ca1a39295eef045b5dce94a366f6a2d5d08074a9f522b218b8f6d79a8fd, en de alinea staat in dat document op bytes 133511 tot 134609.