Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014

Onder 4.4.4. Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4321.

Ook indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de juistheid van de stellingen van belanghebbende dat reeds ten tijde van de aflevering van de in april 2007 in gebruik genomen nieuwe kassa verschillende functies daarvan waren uitgezet en dat zij zich hiervan niet bewust is geweest, is het Hof van oordeel dat de inspecteur feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt waaruit volgt dat het ten minste aan voorwaardelijk opzet van belanghebbende is te wijten dat de definitieve aanslagen IB/PVV voor de jaren 2006 tot en met 2009 tot te lage bedragen zijn vastgesteld en dat de OB welke op aangifte moest worden voldaan voor de tijdvakken gelegen in de periode tussen 1 januari 2006 en 31 december 2009 (gedeeltelijk) niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn is betaald. De administratie van de coffeeshop vertoonde in alle in geschil zijnde jaren dermate veel onregelmatigheden – met name weegt het Hof de onder 4.2.11 en 4.2.12 vermelde omstandigheden mee – dat het Hof aannemelijk acht dat belanghebbende ten tijde van het doen van haar aangiften IB/PVV voor de jaren 2006 tot en met 2009 en de voldoening van de verschuldigde OB over de hiervoor genoemde periode, ook indien ervan wordt uitgegaan dat zij de eerste vastleggingen in de administratie overliet aan haar partner, wist dat de administratie ernstige en omvangrijke hiaten bevatte wat betreft de volledigheid van de omzetverantwoording. Door haar aangiften IB/PVV c.q. de voldoening op aangifte van de verschuldigde OB te baseren op de in de administratie van de coffeeshop en de op grond daarvan opgestelde jaarstukken opgenomen winst- en omzetgegevens had zij daardoor naar ’s Hofs oordeel wetenschap van de aanmerkelijke kans dat daardoor te weinig belasting zou worden geheven en heeft zij die kans toen bewust aanvaard (op de koop toe genomen). Bovendien is het Hof van oordeel, nu belanghebbende het bewijsvermoeden niet heeft ontzenuwd dat in de coffeeshop meer omzet is gegenereerd (en zij daaruit meer winst heeft genoten) dan in de aangiften is verantwoord, ook uit de aard van deze bewezen geachte correcties (verzwegen omzet) volgt dat sprake is van (ten minste voorwaardelijk) opzet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a5d8ca1a39295eef045b5dce94a366f6a2d5d08074a9f522b218b8f6d79a8fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a5d8ca1a39295eef045b5dce94a366f6a2d5d08074a9f522b218b8f6d79a8fd, en de alinea staat in dat document op bytes 160909 tot 163111.