Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 oktober 2014

Onder 4.7.2. Gerechtshof Amsterdam 2 oktober 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 oktober 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4570.

Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar hiermee tegenover de betwisting door belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat het volledige perceelgedeelte van 1.495 m² moet worden gewaardeerd tegen € 250, ook voor het perceelgedeelte (groot 690 m²) dat bestaat uit bosgrond en waarvoor volgens het vigerende bestemmingsplan een bouwverbod geldt. Voor een reële kans tot wijziging van de bestemmingsvoorschriften is benodigd dat een redelijk handelende gegadigde daarmee rekening zou houden. Of – naar de waardepeildatum beoordeeld – een dergelijke reële kans bestaat, kan onder meer worden afgeleid uit het feit uit het feit dat in soortgelijke gevallen de gemeente al dan niet het bestemmingsplan ter zake heeft gewijzigd of uit het feit dat de gemeente de voorgenomen toekomstige wijziging reeds naar buiten brengt (vgl. HR 2 december 2005, LJN AQ7130, BNB 2006/56). Gesteld noch gebleken is dat dergelijke omstandigheden zich hebben voorgedaan; de niet nader onderbouwde stelling van de heffingsambtenaar dat het niet uitgesloten is dat, indien ontheffing zou worden gevraagd, een dergelijke ontheffing wordt verleend, is onvoldoende concreet om aannemelijk te achten dat een redelijk handelende gegadigde op de waardepeildatum, na de beste voorbereiding als bedoeld onder 4.4, bij de door hem te betalen koopprijs rekening zou houden met de kans op ontheffing van het vigerende bestemmingsplan voor het genoemde perceel. Gelet hierop heeft de heffingsambtenaar niet aannemelijk gemaakt, ook indien rekening wordt gehouden met het verschil in het totale perceeloppervlak tussen de woning en het vergelijkingsobject [d-straat 1], en de specifieke ligging van het perceel [2222], dat aan dat perceel van 690 m² een hogere waarde per vierkante meter dient te worden toegekend dan € 100 per vierkante meter. Hierbij weegt het Hof mee dat de heffingsambtenaar voorts ten onrechte in het geheel geen rekening heeft gehouden met de waardedrukkende invloed van de op het perceel gevestigde erfdienstbaarheid. Gelet op het hiermee gemoeide waardeverschil (690 x € 150 = € 103.500) is het Hof van oordeel dat de heffingsambtenaar reeds op deze gronden niet aannemelijk heeft gemaakt, rekening houdend met de overige verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de woning, dat aan de woning – perceel en opstal tezamen – in totaal een waarde van € 1.472.000 dient te worden toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77b746bb6a0d08549ab4953864abac9c4f581f61320939c5b14d3ac42dead610. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77b746bb6a0d08549ab4953864abac9c4f581f61320939c5b14d3ac42dead610, en de alinea staat in dat document op bytes 34898 tot 37326.