Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 november 2014
Alinea 29 Gerechtshof Amsterdam 21 november 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 november 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4849.
Het verweer van de raadsvrouw komt er in de kern op neer dat dat de ongewenstverklaring ten tijde van het nemen daarvan, in 2008, in strijd was met nationale regelgeving nu volgens de regelgeving in 2003 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden nog geen grond kon zijn voor ongewenstverklaring. De Raad van State heeft bij uitspraak van 29 juli 2010 (LJN BN3366) geoordeeld dat het rechtszekerheidsbeginsel er zich tegen verzet dat een in de WBV opgenomen aanscherping van het beleid wordt tegengeworpen indien de strafrechtelijke veroordeling vóór de datum van aanscherping heeft plaatsgevonden. De tweede veroordeling in 2003, tot 3 weken gevangenisstraf geheel voorwaardelijk, kon daarin geen verandering brengen. Hoewel in de WBV 2002/34 niet is vermeld dat de veroordeling onvoorwaardelijk moet zijn, gold dit ook niet bij de regel dat een gevangenisstraf van zes maanden of meer tot ongewenstverklaring leidt, terwijl dit in de praktijk alleen is gedaan bij onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Alles duidt er dus op dat er in 2003 geen wettelijke grondslag was voor ongewenstverklaring voor 2003. Waarbij geldt dat het bestuursorgaan verplicht is conform zijn beleidsregels te beslissen, aldus de raadsvrouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/745ecae2b040b448480f7c701ec210e8120f9ff043e21e49ce46b18bd52e192b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 745ecae2b040b448480f7c701ec210e8120f9ff043e21e49ce46b18bd52e192b, en de alinea staat in dat document op bytes 8837 tot 10093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/745ecae2b040b448480f7c701ec210e8120f9ff043e21e49ce46b18bd52e192b | shasum -a 256