Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 november 2014

Alinea 47 Gerechtshof Amsterdam 21 november 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 november 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4849.

Het opleggen van een onvoorwaardelijk gevangenisstraf aan een ongewenst verklaarde vreemdeling, die onderdaan is van een derde land in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Richtlijn 2008/115/EG (hierna: Terugkeerrichtlijn) en die, zonder geldige reden om niet terug te keren, illegaal in Nederland verblijft, is strijdig met de richtlijn indien de stappen van de in de richtlijn vastgestelde terugkeerprocedure nog niet zijn doorlopen. Die strafoplegging kan immers in dat geval de verwezenlijking van de met deze richtlijn nageleefde doelstelling, te weten de invoering van een doeltreffend beleid van verwijdering en terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, in gevaar brengen. De beoordeling van het moment waarop de terugkeerprocedure kan worden geacht al dan niet te zijn doorlopen – of waarop de vreemdeling Nederland heeft verlaten – vindt daarmee plaats in het kader van de strafoplegging. Dat brengt mede dat de terugkeerprocedure kan zijn afgerond voordat de strafoplegging in hoger beroep aan de orde is, in welk geval de Terugkeerrichtlijn zich niet verzet tegen de oplegging van een gevangenisstraf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/745ecae2b040b448480f7c701ec210e8120f9ff043e21e49ce46b18bd52e192b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 745ecae2b040b448480f7c701ec210e8120f9ff043e21e49ce46b18bd52e192b, en de alinea staat in dat document op bytes 14716 tot 15873.