Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014
Onder 3.2 Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:499.
Het - eerst bij pleidooi gevoerde - meest verstrekkende verweer van [appellant] is dat de Staat niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen, omdat de procedure aanhangig had moeten worden gemaakt door de inspecteur. [appellant] wijst hiertoe op art. 52a lid 4 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR), waarin is bepaald dat het artikel onverlet laat 'de mogelijkheid voor de inspecteur om een procedure aanhangig te maken bij de burgerlijke rechter strekkende tot een veroordeling tot nakoming van de verplichtingen voortvloeiende uit deze wet op straffe van een dwangsom .'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0daa9895d98285030c29a436e547639e26f4c0bd8479858e1e3b89a84cc1546. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0daa9895d98285030c29a436e547639e26f4c0bd8479858e1e3b89a84cc1546, en de alinea staat in dat document op bytes 21304 tot 21932.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0daa9895d98285030c29a436e547639e26f4c0bd8479858e1e3b89a84cc1546 | shasum -a 256