Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014
Onder 3.4 Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:499.
Naar 's hofs oordeel is dat niet het geval. Het hof overweegt daartoe dat in art. 52a lid 4 AWR weliswaar gesproken wordt over de mogelijkheid voor de inspecteur om een procedure aanhangig te maken bij de burgerlijke rechter, maar uit de parlementaire geschiedenis blijkt niet dat hiermee beoogd is een specifieke (bevoegdheids)regeling te scheppen. Met het artikellid is slechts bedoeld de bestaande mogelijkheden van de Belastingdienst te bevestigen en niet om een wijziging in die mogelijkheden aan te brengen (HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0daa9895d98285030c29a436e547639e26f4c0bd8479858e1e3b89a84cc1546. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0daa9895d98285030c29a436e547639e26f4c0bd8479858e1e3b89a84cc1546, en de alinea staat in dat document op bytes 23211 tot 23781.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0daa9895d98285030c29a436e547639e26f4c0bd8479858e1e3b89a84cc1546 | shasum -a 256