Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014

Onder 3.13 Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:499.

Hiervoor is reeds overwogen dat er in dit geding voorshands vanuit moet worden gegaan dat [appellant] op 31 januari 1994 (een) bankrekening(en) aanhield bij de KB- Luxbank. Voorts gaat het hof er voorshands vanuit dat op deze bankrekening(en) aanzienlijke tegoeden stonden. [appellant] heeft tot op heden geen informatie willen verstrekken over de bankrekening(en) en heeft geen opgave gedaan van de tegoeden bij de KB-Luxbank. Nu niet bekend is waar de tegoeden zijn gebleven en of deze thans nog bestaan, terwijl wel aannemelijk is dat banken rente plegen te vergoeden over banktegoeden als de onderhavige en een banktegoed niet zomaar verdwijnt, levert dit een bewijsvermoeden op dat ook in de jaren vanaf 2001 sprake was van buitenlandse tegoeden. Door [appellant] is hier niets tegenover gesteld. Aldus is voorshands voldoende aannemelijk dat [appellant] ook in de jaren vanaf 2001 over buitenlandse banktegoeden heeft beschikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0daa9895d98285030c29a436e547639e26f4c0bd8479858e1e3b89a84cc1546. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0daa9895d98285030c29a436e547639e26f4c0bd8479858e1e3b89a84cc1546, en de alinea staat in dat document op bytes 33417 tot 34364.