Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014

Onder 3.19 Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:500.

“Voor zover sprake is van bewijsmateriaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige (hierna: wilsafhankelijk materiaal), geldt het volgende. Voorop staat dat de verkrijging van zodanig materiaal mag worden afgedwongen voor heffingsdoeleinden. Indien niet kan worden uitgesloten dat het materiaal tevens in verband met een “criminal charge” tegen de belastingplichtige zal worden gebruikt (vgl. EHRM 3 mei 2001, no. 31827/96, ECLI:NL:XX:2001:AN6999, NJ 2003/354 (J.B. tegen Zwitserland)), zullen de nationale autoriteiten moeten waarborgen dat de belastingplichtige zijn recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie effectief kan uitoefenen. Aangezien hierop gerichte regelgeving in Nederland ontbreekt, dient de rechter in de vereiste waarborgen te voorzien' .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f, en de alinea staat in dat document op bytes 40704 tot 41564.