Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014

Onder 3.21 Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:500.

In het licht van het arrest van de derde kamer van de Hoge Raad van 27 juni 2001, nr. 35889, ECLI:NL:HR:2001:AB2314 (BNB 2002/27) - waarin onder meer werd overwogen ' dat een verklaring die de betrokkene heeft afgelegd ter voldoening aan die verplichting [hof: de verplichting ingevolge artikel 47 AWR] , niet mag worden gebruikt ten behoeve van de boeteoplegging' - moet echter worden aangenomen dat hieronder in ieder geval dienen te worden begrepen de van [appellant] gevorderde verklaringen en mondelinge toelichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f, en de alinea staat in dat document op bytes 42018 tot 42621.