Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014

Onder 3.2 Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:500.

Het - eerst bij pleidooi gevoerde - meest verstrekkende verweer van [appellant] is dat de Staat niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen, omdat de procedure aanhangig had moeten worden gemaakt door de inspecteur. [appellant] wijst hiertoe op art. 52a lid 4 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR), waarin is bepaald dat het artikel onverlet laat 'de mogelijkheid voor de inspecteur om een procedure aanhangig te maken bij de burgerlijke rechter strekkende tot een veroordeling tot nakoming van de verplichtingen voortvloeiende uit deze wet op straffe van een dwangsom .'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f, en de alinea staat in dat document op bytes 20691 tot 21319.