Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014
Onder 3.8 Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:500.
Het hof neemt tot uitgangspunt dat door de belastingrechter onherroepelijk is geoordeeld dat de Belastingdienst voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in dit geval sprake is van een juiste identificatie, en dat het vermoeden dat rekening(en) werden aangehouden bij de KB-Luxbank niet is weerlegd. Het hof verwijst naar de hierboven bij r.o. 2.10 aangehaalde rechtsoverwegingen 5.1 tot en met 5.2.4 van het arrest van de belastingkamer van het gerechtshof Amsterdam van 18 november 2010; het tegen dit arrest ingestelde cassatieberoep is op dit punt door de Hoge Raad verworpen. Voorts stelt het hof vast dat [appellant] in de onderhavige procedure geen inhoudelijke argumenten heeft aangevoerd ten betoge dat de identificatie onjuist is. Hij heeft ook geen bewijsstukken in het geding gebracht die dit zouden kunnen onderbouwen. Hij heeft volstaan met de enkele stelling dat de identificatie onjuist is. Onder deze omstandigheden gaat het hof er voorshands vanuit dat sprake is van een juiste identificatie en dat de op de microfiche vermelde "[voornaam] [appellant]", [appellant] is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f, en de alinea staat in dat document op bytes 27643 tot 28767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f | shasum -a 256