Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014
Onder 3.9 Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:500.
Hiervan uitgaande, moet worden geoordeeld dat [appellant] willens en wetens geen juiste informatie heeft verstrekt aan de Belastingdienst. Hij heeft immers desgevraagd steeds verklaard niet te beschikken over buitenlandse banktegoeden. Door aldus opzettelijk onjuiste informatie te verstrekken, heeft [appellant] niet voldaan aan de op hem ingevolge art. 47 AWR rustende informatieplicht. Het opzettelijk verstrekken van onjuiste inlichtingen moet op één lijn worden gesteld met een weigering om de gevraagde inlichtingen te verstrekken (HR 25 januari 2002, nr. 36063, ECLI:NL:HR:2002:AD8475, BNB 2002/136). Het is onjuist - zoals [appellant] betoogt - dat in het systeem van de AWR besloten ligt dat de inspecteur pas zijn toevlucht neemt tot artikel 47 AWR indien ingediende aangiften bij hem nadere vragen oproepen. Daarmee faalt de grief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f, en de alinea staat in dat document op bytes 29022 tot 29891.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be25759df24aeeb3d0599053f8ee3dbb30e5365f22ef1bac93551050642b030f | shasum -a 256