Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 november 2014
Onder 2.4. Gerechtshof Amsterdam 27 november 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 november 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5074.
“Zodra mijn ouders weer een beetje inkomsten genereerden zijn ze begonnen in het buitenland een spaarpotje (voor het geval vluchten nodig zou zijn vanwege een nieuwe jacht op joden) aan te leggen van hun netto inkomen. Mijn ouders en zuster zijn overleden in de jaren 90. Ik zat toen met de pot geld in mijn maag, niet wetend hoe daarmee om te gaan en met niemand daarover te durven spreken, heb ik daar niet meer aan willen denken. Tot ik in 2005 dringend geld nodig had in mijn poging [bedrijf 1] te redden . Ik droeg het geld over aan [naam 2] , als premie, onder de voorwaarden dat hij de bedrijven zou financieren [Hof: verder ook de ‘Overdracht’]. Toen was ik, naar ik dacht, gelukkig van mijn probleem af. Ik had mijn buitenlandse geld niet meer - ik had het namelijk afgedragen - en daardoor financiering aan m’n bedrijf gerealiseerd.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf8a02319a6cc561ef21626dfda3b540cbc8c23324d1e8a3e0dd68654abbc0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf8a02319a6cc561ef21626dfda3b540cbc8c23324d1e8a3e0dd68654abbc0b, en de alinea staat in dat document op bytes 14493 tot 15428.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf8a02319a6cc561ef21626dfda3b540cbc8c23324d1e8a3e0dd68654abbc0b | shasum -a 256