Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 december 2014

Onder 3.9 Gerechtshof Amsterdam 2 december 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5122.

Terecht heeft de rechtbank in het bestreden vonnis (r.o. 5.5) overwogen, dat in deze niet alleen relevant is wat de bedoeling van [appellant] was. Voor de beantwoording van de vraag, of CFNR er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [appellant] de wil had zich in privé als hoofdelijk debiteur uit de geldleningsovereenkomst te verbinden, komt het immers mede aan op wat [appellant] jegens CFNR heeft verklaard en op de zin die CFNR in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mocht toekennen (artikel 3:33 en 3:35 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce96eb2194a2aa36cdcb4d8aa461a787e44978f3de35a562e58e80316df33e97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce96eb2194a2aa36cdcb4d8aa461a787e44978f3de35a562e58e80316df33e97, en de alinea staat in dat document op bytes 32081 tot 32623.