Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 december 2014
Alinea 368 Gerechtshof Amsterdam 11 december 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5235.
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat het faillissement van de verdachte thans wegens gebrek aan baten is opgeheven. De verdachte heeft nog een openstaande schuld en in die schuld vallen, volgens de verdachte, een groot deel van de vorderingen die de benadeelde partijen op de verdachte hebben. Niet duidelijk is geworden op welk deel van de vorderingen dit ziet. Nader laten onderzoeken welk deel van de vorderingen in het faillissement zijn meegenomen en welk deel niet, vormt naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partijen kunnen daarom thans in hun vordering niet in hoger beroep worden ontvangen en kunnen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea84fd3ae2ed84f1ae58d8487ed6e524bc3255bc9e44f5253d119e816c9c977b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea84fd3ae2ed84f1ae58d8487ed6e524bc3255bc9e44f5253d119e816c9c977b, en de alinea staat in dat document op bytes 42936 tot 43690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea84fd3ae2ed84f1ae58d8487ed6e524bc3255bc9e44f5253d119e816c9c977b | shasum -a 256