Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 december 2014
Onder 3.8. Gerechtshof Amsterdam 9 december 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5401.
Tegenover elkaar staan in deze zaak (i) het grondwettelijk en verdragsrechtelijk verankerde recht van TMG op vrijheid van meningsuiting en (ii) het onder andere door artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek beschermde recht van [appellant] om niet te worden blootgesteld aan publicaties die, door daarin geuite ongefundeerde of lichtvaardige verdachtmakingen, inbreuk maken op zijn eer en goede naam respectievelijk op zijn recht op bescherming daarvan. Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten zwaarder dient te wegen is afhankelijk van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval, die hiertoe moeten worden beoordeeld en bij welke beoordeling aansluiting moet worden gezocht bij hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 24 juni 1983, NJ 1984/801 ter zake heeft overwogen. Toepassing van dit uitgangspunt leidt, op de hierna te noemen gronden, voorshands tot het oordeel dat TMG op geen van de haar door [appellant] verweten, onder 3.5 genoemde punten de grenzen van de haar toekomende uitingsvrijheid heeft overschreden en dat TMG dus, anders dan hij meent, tegenover [appellant] niet onrechtmatig heeft gehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/751237f53db6212573a252ffc45d0ef5661cfaeaad909c873cf161d6ac7ed86b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 751237f53db6212573a252ffc45d0ef5661cfaeaad909c873cf161d6ac7ed86b, en de alinea staat in dat document op bytes 14614 tot 15754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/751237f53db6212573a252ffc45d0ef5661cfaeaad909c873cf161d6ac7ed86b | shasum -a 256