Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 december 2014

Onder 3.9. Gerechtshof Amsterdam 9 december 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5401.

Met betrekking tot het verwijt dat TMG [appellant] in strijd met de waarheid heeft aangeduid als verdachte van oplichting, welke aanduiding in de kop van het onder 3.2 genoemde artikel is verkort tot ‘fraudeverdachte’, staat voorop dat vast staat dat tegen [appellant] aangiften zijn gedaan die het Openbaar Ministerie reden hebben gegeven om tegen hem een onderzoek in te stellen. Dit blijkt niet alleen uit de onder 3.4 aangehaalde brief maar ook uit, onbestreden, telefonische mededelingen van een medewerker van het Openbaar Ministerie aan de verslaggever van ‘De Telegraaf’ die de aangevallen artikelen heeft geschreven. Blijkens de schriftelijke weergave van een telefoongesprek op 11 maart 2014 tussen beiden heeft die medewerker verklaard: ‘[E]r is eigenlijk niet zoveel veranderd; het enige dat ik toen heb gezegd dat kan ik blijven zeggen: er zijn aangiften binnengekomen van oplichting en die worden onderzocht’, en voorts dat deze aangiften ‘tegen hem’, [appellant], zijn gedaan. Met betrekking tot het verwijt dat TMG zonder grond heeft gemeld dat het daarbij is gegaan om tientallen aangiften, staat voorop dat de advocaat die in het onder 3.3 genoemde artikel is aangehaald op 23 mei 2014 schriftelijk heeft verklaard dat hij ‘gedurende twee jaar door 20 tot 25 mensen telefonisch [is] benaderd die beweren financieel gedupeerd te zijn door [appellant]’ en dat voor zover hem bekend, ‘15-20 mensen daadwerkelijk aangifte [hebben] gedaan bij de politie tegen [appellant].’ Verder is volgens een, voorshands niet onjuist gebleken, verklaring van 28 mei 2014 van de verslaggever die de aangevallen artikelen heeft geschreven, uit een rondgang langs drie bij hem bekende advocatenkantoren naar voren gekomen dat in totaal 21 personen met bijstand van die kantoren aangifte tegen [appellant] hebben gedaan. Met betrekking tot het verwijt dat TMG ten onrechte heeft bericht dat klanten door [appellant] zijn gedupeerd, staat voorop dat het feit ter zake waarvan aangiften zijn gedaan, oplichting, naar zijn aard betrekking heeft op gedrag dat anderen dupeert, in die zin dat zij als gevolg van dat gedrag op geld waardeerbaar nadeel ondervinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/751237f53db6212573a252ffc45d0ef5661cfaeaad909c873cf161d6ac7ed86b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 751237f53db6212573a252ffc45d0ef5661cfaeaad909c873cf161d6ac7ed86b, en de alinea staat in dat document op bytes 15834 tot 18025.