Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2014
Onder 4.6. Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:756.
Bij de beantwoording van de vraag of de zaken binnen redelijke termijn zijn behandeld, kunnen bijzondere omstandigheden in aanmerking worden genomen. In het onderhavige geval begrijpt het Hof de stelling van de inspecteur dat het tijdsverloop tussen de indiening van het proformabezwaarschrift en de motivering daarvan, voor rekening van de belastingplichtige dient te blijven, als een beroep op een bijzondere omstandigheid in de zin van voormeld arrest van 22 april 2005. Naar ’s Hofs oordeel kan dit enkele tijdsverloop echter niet gelden als een zodanige bijzondere omstandigheid. In beginsel heeft de inspecteur immers een eigen verantwoordelijkheid voor, en invloed op, de voortgang van de behandeling van het bezwaar. Bijkomende feiten en omstandigheden, die aanleiding geven tot het constateren van een bijzondere omstandigheid, zijn op dit punt niet gesteld of gebleken. Ook overigens is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van de door de Hoge Raad geformuleerde standaardtermijnen. Het Hof neemt hierbij in aanmerking dat het (in overleg) aanhouden van het doen van uitspraak op bezwaar tot een rechterlijke beslissing in een andere zaak, noch het inlassen van een mediationprocedure op zichzelf en zonder meer reeds kan gelden als een bijzondere omstandigheid in de hier bedoelde zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0884ef32c204eaadba557327cc7343999077f8e4dc8a00f6ef265204ffa6020a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0884ef32c204eaadba557327cc7343999077f8e4dc8a00f6ef265204ffa6020a, en de alinea staat in dat document op bytes 23152 tot 24505.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0884ef32c204eaadba557327cc7343999077f8e4dc8a00f6ef265204ffa6020a | shasum -a 256