Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2014

Onder 4.3.7. Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2014

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:854.

Gelet op de onder 2.9 tot en met tot en met 2.13 weergegeven feiten, in onderlinge samenhang beschouwd, is het Hof van oordeel dat belanghebbende heeft doen blijken dat ter zake van het door hem in 2005 en 2006 genoten resultaat uit de handel in sigaretten een naheffingsaanslag accijnzen/OB is opgelegd, terwijl uit deze feiten tevens volgt dat hij de helft van het nageheven bedrag zal verhalen op zijn compagnon in deze handel (naar het Hof begrijpt: zijn broer). Gelet hierop heeft belanghebbende niet overtuigend aangetoond dat de volledige materiële belastingschuld ter zake van deze sigarettenhandel op zijn resultaat uit overige werkzaamheden drukt, maar - slechts - de helft ervan, zijnde (€ 56.187 : 2 = afgerond) € 28.094. Bij gebrek aan nadere aanknopingspunten rekent het Hof aan elk van de onderhavige belastingjaren de helft van deze accijnzen/OB-schuld toe, zodat het belanghebbende is toegestaan over 2005 ten laste van zijn resultaat uit overige werkzaamheden een voorziening te vormen ten bedrage van € 14.047 en over 2006 deze voorziening te verhogen met € 14.047. In zoverre heeft belanghebbende doen blijken dat de uitspraken op bezwaar inzake de aanslagen IB/PVV 2005 en 2006 niet in stand kunnen blijven, en in zoverre berusten de desbetreffende aanslagen niet op een redelijke schatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63fb4e6fbf1565269f91eb73361c34a76a5586bbcd6d83efce0ebc23de71b06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63fb4e6fbf1565269f91eb73361c34a76a5586bbcd6d83efce0ebc23de71b06, en de alinea staat in dat document op bytes 70750 tot 72084.