Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2014
Onder 4.19. Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2014
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:854.
Inzake de hoogte van de boete neemt de rechtbank in aanmerking dat in het onderhavige geval de hoogte van de verschuldigde belasting is komen vast te staan met behulp van omkering van de bewijslast en schattingen. Naar het oordeel van de rechtbank brengt het schatten van genoten voordeel en daarmee de alsnog verschuldigde belasting naar zijn aard de mogelijkheid mee dat de in werkelijkheid genoten inkomsten lager zijn. Gelet hierop ziet de rechtbank in het onderhavig geval grond voor de conclusie dat het voordeel lager kan zijn geweest dan geschat zodat hierin een rechtvaardiging kan worden gevonden voor enige matiging van de boete en wel met 20%, zodat de boete dient te worden gesteld op € 46.852. De rechtbank acht deze boete passend en geboden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63fb4e6fbf1565269f91eb73361c34a76a5586bbcd6d83efce0ebc23de71b06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63fb4e6fbf1565269f91eb73361c34a76a5586bbcd6d83efce0ebc23de71b06, en de alinea staat in dat document op bytes 82571 tot 83343.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c63fb4e6fbf1565269f91eb73361c34a76a5586bbcd6d83efce0ebc23de71b06 | shasum -a 256