Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015

Onder 4.2. Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1024.

De man heeft in zijn eerste grief gesteld dat bij de behoefte van [kind b] en [kind c] rekening dient te worden gehouden met hun bijverdiensten in die zin dat de behoefte daarmee verminderd dient te worden. In zijn pleitnota stelt de man dat, nu de kinderen geen inzage in hun inkomsten hebben gegeven, zijn bijdrage om die reden op nihil dient te worden gesteld. Bij de behandeling ter zitting in hoger beroep heeft de man echter, nadat [kind b] en [kind c] nader omtrent de eventuele bijverdiensten hebben verklaard (zoals opgenomen onder 2.7 en 2.8 van deze beschikking), medegedeeld dat hij begrijpt dat zij daarmee thans niet in eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Gelet op het voorgaande, is het hof van oordeel dat het door [kind b] en [kind c] gestelde -niet betwiste- inkomen, hun behoefte niet noemenswaardig heeft verminderd in die zin dat het aandeel van de man daarin, gelet op zijn hierna te noemen draagkracht, -ook, met inachtneming van de onderhoudsverplichting van de vrouw en haar echtgenoot alsmede een eventuele zorgkorting ten aanzien van [kind c]- lager dan € 140,- per kind per maand zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fcd362d533ed0d39ad7936996488b080183cf4a28009ba7eedd1198728bf155. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fcd362d533ed0d39ad7936996488b080183cf4a28009ba7eedd1198728bf155, en de alinea staat in dat document op bytes 15279 tot 16416.