Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015

Onder 4.5. Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1024.

Het hof overweegt dat het, gelet op de stellingen van de man en de gemotiveerde betwisting door de vrouw en de kinderen, op de weg van de man ligt te onderbouwen dat hij over onvoldoende draagkracht beschikt om de door de rechtbank vastgestelde bijdrage te betalen. Daartoe dient hij in ieder geval voldoende inzicht in zijn financiële omstandigheden te verschaffen. Voor de beoordeling van de vraag of de man daarin is geslaagd acht het hof het volgende van belang. Vast staat dat de man -terwijl hij, naar eigen zeggen, reeds sinds 2009 geen inkomsten uit zijn B.V. meer ontving- een (aanzienlijke) huur van € 1.350,- per maand voor zijn woning betaalde en dat hij, na beoordeling door de gemeente in het kader van de bijzondere bijstand, voor de duur van zes maanden een woonkostentoeslag van € 950,98 per maand heeft ontvangen. Bij de verlening van deze bijzondere bijstand is, volgens de toekenningsbeschikking van 26 augustus 2013 van de gemeente, aan de man de verplichting opgelegd dat hij zich inschrijft als woningzoekende bij Woningnet en op zoek gaat naar goedkopere huisvesting, waarvoor wel recht bestaat op huursubsidie. Met de beschikking verkreeg de man bij "Het Vierde Huis'' urgentie voor andere woonruimte. Daarmee heeft hij voor een periode van zes maanden voorrang gekregen voor een huurwoning in de gemeente [A]. Ter zitting in hoger beroep is echter gebleken dat de man, na de mondelinge behandeling in eerste aanleg, alwaar zijn woonsituatie eveneens ter sprake is gekomen, opnieuw een woning heeft betrokken met nagenoeg dezelfde hoge lasten, te weten € 1.100,- (kale huur) per maand. Hij ontvangt thans geen woonkostentoeslag meer en heeft evenmin, gelet op de hoogte van de huur, recht op huurtoeslag. De man heeft geen (afdoende) verklaring gegeven voor het opnieuw aangaan van dergelijke hoge vaste woonlasten, hetgeen zeker op zijn weg had gelegen gezien de woonkostentoeslag en de daarmee samenhangende urgentieverklaring die hij had verkregen. In dit verband acht het hof het van belang dat de man heeft verklaard dat hij zelf al enige jaren geen inkomsten meer genereert en dat zijn gezin wordt onderhouden met de inkomsten van zijn partner. In 2013 bedroeg haar winst uit onderneming € 23.544,-; de man heeft ter zitting in hoger beroep aangegeven dat de winst over 2014 hoogstwaarschijnlijk lager zal uitvallen. Dat de partner van de man met deze inkomsten in staat is zonder nadere bijdragen de gehele huishoudkosten, inclusief de (hoge) huur en de kosten voor de kinderen van haar en de man voor haar rekening te nemen acht het hof, zonder nadere toelichting, welke echter ontbreekt, niet waarschijnlijk. In dit verband stelt het hof overigens vast dat de man weliswaar stelt dat zijn financiële situatie uitzichtloos is en dat hij niet in staat is zijn vaste lasten te voldoen, maar dat hij heeft nagelaten aan te tonen wat hij concreet heeft ondernomen om het tij te keren. Onder deze omstandigheden moet het er voor gehouden worden dat de man onvoldoende inzage in zijn financiële situatie heeft gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fcd362d533ed0d39ad7936996488b080183cf4a28009ba7eedd1198728bf155. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fcd362d533ed0d39ad7936996488b080183cf4a28009ba7eedd1198728bf155, en de alinea staat in dat document op bytes 19381 tot 22452.