Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 april 2015

Onder 3.3. Gerechtshof Amsterdam 14 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1387.

Gelet op een en ander, in onderling verband en samenhang beschouwd, kan de stelling van HPG c.s. bij pleidooi in hoger beroep, dat zij met de intrekking beoogde “slechts” voor elkaar te krijgen dat zij op dat moment niet van grieven hoefde te dienen in de verwachting dat ook Westinvest zou afzien van haar beroep tegen het vonnis en dat indien Westinvest haar beroep zou willen doorzetten, HPG c.s. dan “vanzelfsprekend” ook grieven zouden mogen aanvoeren, niet worden gehonoreerd. Indien HPG c.s. ten tijde van de bereikte wilsovereenstemming al een van hun verklaring afwijkende wil zouden hebben gehad, heeft - in ieder geval - Westinvest er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat HPG c.s. door de intrekking en doorhaling van hun principale hoger beroep de definitieve doorhaling ervan beoogden en is met deze inhoud een overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen. Het daarop willen terugkomen is in strijd met de goede procesorde. Dit brengt met zich dat HPG c.s. in hun principale hoger beroep niet-ontvankelijk zullen worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1cede85441834227174aecd99e341f4425e29c8545b2efcd1d5b7293964a2b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1cede85441834227174aecd99e341f4425e29c8545b2efcd1d5b7293964a2b0, en de alinea staat in dat document op bytes 38800 tot 39871.