Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 april 2015
Onder 5.1. Gerechtshof Amsterdam 16 april 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2103.
Het Hof verstaat het verwijzingsarrest aldus dat dient te worden beoordeeld of belanghebbende zakelijk handelde toen zij zich op 30 juli 2003 jegens de bank hoofdelijk voor de lening aansprakelijk stelde. Het Hof kan belanghebbende niet volgen voor zover zij betoogt dat deze aansprakelijkstelling voortvloeide uit het aangaan van een overeenkomst van borgtocht, onder verlening van hypothecaire zekerheid, op 1 april 1999 en zij daaraan de conclusie verbindt dat de zakelijkheid van haar handelen dient te worden beoordeeld naar dat eerdere tijdstip. Het cassatiemiddel van belanghebbende, waarin zij heeft gesteld dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ten onrechte heeft geoordeeld dat zij niet als borg is aangesproken maar rechtstreeks als (hoofdelijk aansprakelijke) contractspartij bij de overeenkomst van geldlening van 30 juli 2003, is namelijk door de Hoge Raad (in zoverre) met toepassing van artikel 81 lid 1 Wet RO verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d330729fecae04e7538ea1312de9f86cf2467323e5e8136df1fbe6f725274260. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d330729fecae04e7538ea1312de9f86cf2467323e5e8136df1fbe6f725274260, en de alinea staat in dat document op bytes 15840 tot 16790.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d330729fecae04e7538ea1312de9f86cf2467323e5e8136df1fbe6f725274260 | shasum -a 256