Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2015

Alinea 110 Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:251.

Gezien de aard en de samenhang van de hierboven omschreven feiten en omstandigheden, acht het hof aannemelijk dat de verdachte heeft geweten dat sprake was van heroïne. De omstandigheid dat bij de verdachte niets is aangetroffen dat verband houdt met de handel in verdovende middelen, doet daar -naar het oordeel van het hof- niet aan af. Anders dan de raadsman acht het hof niet aannemelijk, dat de verdachte in de veronderstelling kan hebben verkeerd dat de rolkoffer een grote hoeveelheid geld bevatte. Nog daargelaten dat niet is gebleken dat de verdachte de heroïne in de rolkoffer heeft vervoerd

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb7da4e7a1263ea00013e6b51ff276ba849549cee7e60d9eee19e0c859e95fc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb7da4e7a1263ea00013e6b51ff276ba849549cee7e60d9eee19e0c859e95fc8, en de alinea staat in dat document op bytes 37003 tot 37620.