Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2015

Alinea 142 Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:251.

Het hof volgt de raadsman niet in zijn betoog dat de verdachte niet of onvoldoende betrokken is geweest bij de hem ten laste gelegde geldtransactie met nummer 12. De verdachte heeft blijkens de bewijsmiddelen, waaronder behalve de tapgesprekken ook observaties en administraties, contacten onderhouden met [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en de geldkoerier [medeverdachte 6]. Hierbij is versluierend gesproken over personen, geldbedragen en plaatsen. Uit de per transactie genoemde bewijsmiddelen, is naar het oordeel van het hof voldoende duidelijk af te leiden, dat de verdachte hetzij na een overdracht als geldkoerier heeft gefungeerd (geldtransactie 40 van € 25.000), hetzij als tussenpersoon voor de opdrachtgevers [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] of de geldkoerier [medeverdachte 6] (geldtransactie 12 van € 100.000).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb7da4e7a1263ea00013e6b51ff276ba849549cee7e60d9eee19e0c859e95fc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb7da4e7a1263ea00013e6b51ff276ba849549cee7e60d9eee19e0c859e95fc8, en de alinea staat in dat document op bytes 49531 tot 50383.