Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 februari 2015

Alinea 16 Gerechtshof Amsterdam 9 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:317.

Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van zodanige omissies dan wel vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, dat dit tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat niet aannemelijk is geworden dat waar in het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar [verbalisant] van 4 juli 2011 is geverbaliseerd dat de betreffende foto’s – in het bijzonder ook de foto’s op bladzijde 80 van het doorgenummerde dossier – vóór de inbeslagname zijn genomen, iets anders is bedoeld dan dat op die foto’s de situatie is weergegeven zoals die was op het moment van binnentreden. Daaraan doet niet af dat de twee foto’s op bladzijde 80 van het doorgenummerde dossier de mogelijkheid openlaten (de foto’s zijn uit een verschillende hoek genomen), dat de lichtblauw met witte tas enkele centimeters is verplaatst, nu dit het gevolg kan zijn geweest van het bekijken van de inhoud van de op die plek aangetroffen tas. Deze mogelijkheid vormt naar het oordeel van het hof mitsdien geen toereikend aanknopingspunt voor de suggestie van de verdediging dat de tas ten tijde van het binnentreden ook op een heel andere plek en uit het zicht kan hebben gelegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c60d0d255e45f0d5ca4cfb32ffa44e95d306c5050823b0953fbe51c2a0bab10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c60d0d255e45f0d5ca4cfb32ffa44e95d306c5050823b0953fbe51c2a0bab10, en de alinea staat in dat document op bytes 6974 tot 8222.